4,8 | 190+ Google reviews
Mijn account Contact
0,00 0

Winkelwagen

Geen producten in de winkelwagen.

Nieuws

Volgorde van gitaarpedalen: zo bouw je een logische effecten chain

Inhoudsopgave

Wie meerdere gitaarpedalen gebruikt, komt vroeg of laat bij dezelfde vraag uit: Hoe gebruik ik mijn effecten chain en FX-loop? Een overdrive vóór een delay klinkt anders dan dezelfde overdrive erna, en bij versterkers met een FX-loop krijg je bovendien nog een extra mogelijkheid om je effecten aan te sluiten.

Er bestaat gelukkig niet één verplichte volgorde. Wel zijn er een aantal logische uitgangspunten die in de praktijk voor veel spelers goed werken. Als je begrijpt wat ieder effect met je signaal doet, wordt het bovendien veel makkelijker om bewust van die standaardvolgorde af te wijken.

In deze blog leggen we uit hoe je een effecten chain kunt opbouwen, waarom de volgorde verschil maakt en wat er verandert wanneer je versterker wel of geen FX-loop heeft.

Waarom maakt de volgorde van pedalen verschil?

Een pedaal krijgt altijd het signaal binnen dat door de effecten ervoor al is veranderd.

Stel dat je een distortion en een delay gebruikt. Zet je eerst de distortion en daarna de delay, dan maakt de delay herhalingen van het vervormde geluid. Draai je de volgorde om, dan worden eerst de herhalingen gemaakt en worden die vervolgens allemaal door de distortion gestuurd.

Dat verschil kan behoorlijk groot zijn.

Hetzelfde principe geldt voor vrijwel iedere combinatie van effecten. Een compressor reageert anders op een schoon signaal dan op een zwaar vervormd signaal en een reverb kan vóór distortion veel diffuser klinken dan erna.

De volgorde bepaalt dus niet alleen welke effecten je gebruikt, maar ook hoe die effecten op elkaar reageren.

Een veelgebruikte volgorde voor gitaarpedalen

Een praktische basisvolgorde is:

Gitaar → tuner → dynamische effecten → pitch/filter → overdrive/distortion → modulation → delay → reverb → versterker

Bijvoorbeeld:

Gitaar → tuner → compressor → wah → overdrive → chorus → delay → reverb → versterker

Zie dit vooral als een goed startpunt. Sommige pedalen kunnen bewust op een andere plaats worden gezet om een bepaald geluid te krijgen.

We lopen de verschillende groepen langs.

Tuner meestal aan het begin

Een stemapparaat staat meestal helemaal vooraan in de keten.

Dat heeft een eenvoudige reden: de tuner krijgt zo het directe, onveranderde signaal van je gitaar binnen. Modulatie, delay of zware distortion kunnen het voor een tuner moeilijker maken om de toonhoogte goed te herkennen.

Daarnaast gebruiken veel spelers hun tuner als mute-functie. Tijdens het stemmen wordt het signaal naar de versterker dan tijdelijk onderbroken.

Een goed voorbeeld van een Tuner is de Boss TU-3.

Compressor: meestal vóór overdrive en distortion

Een compressor maakt het verschil tussen harde en zachte signalen kleiner. Zachte noten kunnen wat naar voren worden gehaald en harde pieken worden afgeremd.

Daarom wordt een compressor meestal relatief vroeg in de keten geplaatst.

Gitaar → compressor → overdrive

In deze volgorde reageert de compressor voornamelijk op het natuurlijke dynamische bereik van je gitaar.

Zet je hem ná een distortion, dan reageert hij op een signaal dat door de distortion zelf al behoorlijk gecomprimeerd is. Dat kan alsnog bruikbaar zijn, maar het effect gedraagt zich anders en eventuele ruis kan nadrukkelijker worden.

Wah, envelope filter en andere filtereffecten

Een wah-pedaal of envelope filter staat meestal vóór overdrive en distortion.

Bijvoorbeeld:

Gitaar → wah → overdrive

Het filter beïnvloedt dan eerst bepaalde frequenties, waarna de overdrive dat gefilterde signaal vervormt. Dit levert het wah-geluid op dat veel spelers gewend zijn.

Maar juist bij dit soort effecten is experimenteren interessant. Zet je een wah ná een distortion, dan kan de filterwerking veel nadrukkelijker en scherper worden.

Dat is niet verkeerd. Het is simpelweg een andere sound.

Het meest iconische Wah pedaal is de Dunlop Cry Baby GCB95.

Pitch-effecten en octavers

Octavers, harmonizers en andere pitch-effecten hebben vaak baat bij een duidelijk ingangssignaal. Daarom worden ze meestal vóór zware vervorming geplaatst.

Bijvoorbeeld:

Gitaar → octaver → overdrive

Het pedaal kan de oorspronkelijke toon dan gemakkelijker herkennen.

Zet je een pitch-effect achter een zware fuzz of distortion, dan krijgt het een veel complexer signaal binnen. Sommige pedalen kunnen daar prima mee omgaan, maar andere kunnen minder nauwkeurig gaan volgen.

Als je merkt dat een octaver onrustig reageert of tonen niet goed herkent, is de positie in je chain daarom een van de eerste dingen die je kunt controleren.

Een goed voorbeeld van een ocataver is de Boss OC-5.

Overdrive, distortion en fuzz

Vervormingspedalen staan meestal in het eerste gedeelte van de effectenketen.

Wanneer je meerdere drives gebruikt, wordt het interessant.

Bijvoorbeeld:

lichte overdrive → distortion

of:

overdrive → overdrive

Het eerste pedaal beïnvloedt namelijk wat het tweede pedaal binnenkrijgt. Zo kun je pedalen als het ware op elkaar stapelen, ook wel gain stacking genoemd.

Een pedaal met relatief weinig gain en wat extra volume kan bijvoorbeeld een volgende overdrive harder aansturen.

Andersom kan dezelfde combinatie veel voller of juist meer gecomprimeerd klinken.

Hier bestaat daarom minder een vaste regel. De beste volgorde hangt sterk af van wat je met beide pedalen wilt bereiken.

Fuzz kan een uitzondering zijn

Sommige fuzzcircuits reageren sterk op de elektrische eigenschappen van de gitaar en werken daarom het beste helemaal vooraan in de keten.

Zet je er een buffer of ander pedaal voor, dan kan de fuzz anders reageren op je volumeknop of een andere klank krijgen.

Niet iedere fuzz heeft hier last van, maar als een fuzz vreemd reageert wanneer je hem op je pedalboard zet, is het verstandig om hem eens direct achter je gitaar te proberen.

Modulation: chorus, phaser, flanger en tremolo

Modulatie-effecten worden vaak achter overdrive en distortion geplaatst.

Bijvoorbeeld:

overdrive → chorus → versterker

De chorus moduleert dan het vervormde geluid in plaats van dat de overdrive een reeds gemoduleerd signaal vervormt.

Dat geeft meestal een duidelijk en herkenbaar effect.

Toch zijn er genoeg interessante uitzonderingen. Een phaser vóór distortion kan bijvoorbeeld subtieler samensmelten met de vervorming, terwijl dezelfde phaser erachter veel nadrukkelijker hoorbaar kan zijn.

Ook hier geldt daarom: de standaardvolgorde is vooral een praktisch vertrekpunt.

Delay meestal na vervorming

Delay staat bij veel pedalboards richting het einde van de keten.

Bijvoorbeeld:

overdrive → delay

Dat betekent dat je eerst je vervormde gitaargeluid maakt en daar vervolgens herhalingen van creëert.

Draai je dit om:

delay → overdrive

dan gaat niet alleen je oorspronkelijke noot, maar ook iedere herhaling door de overdrive. Vooral bij veel feedback kunnen de repeats daardoor snel voller, vuiler en minder duidelijk worden.

Dat kan heel creatief klinken, maar voor een heldere traditionele delaysound staat delay meestal na je gain-effecten.

Reverb meestal aan het einde

Reverb staat meestal als een van de laatste effecten in de keten.

overdrive → modulation → delay → reverb

Je bouwt eerst je basisgeluid op en plaatst dat geluid vervolgens als het ware in een akoestische ruimte.

Wanneer je reverb vóór distortion zet, wordt ook de galm zelf vervormd. Dat kan een groot, korrelig en bijna ambient karakter geven.

Voor traditionele gitaarsettings is reverb aan het einde meestal overzichtelijker. Voor experimentele sounds kan juist het omgekeerde interessant zijn.

En waar hoort een looper?

Een looper wordt vaak helemaal achteraan geplaatst.

Dat is logisch als je wilt dat een opgenomen loop exact klinkt zoals je hem hebt opgenomen.

Stel dat je dit gebruikt:

overdrive → chorus → delay → looper

Je neemt een loop op met chorus en delay. Daarna kun je de effecten veranderen voor je live gespeelde partij zonder dat de bestaande loop verandert.

Zet je de looper juist vóór die effecten, dan lopen zowel je opgenomen partij als wat je live speelt door dezelfde pedalen.

Welke positie beter werkt, hangt dus vooral af van wat je met de looper wilt doen.

Wat verandert er bij een versterker met een FX-loop?

Tot nu toe zijn we ervan uitgegaan dat alle pedalen vóór de ingang van de versterker staan.

Maar veel versterkers hebben een FX-loop, ook wel effects loop genoemd. Daarmee kun je bepaalde effecten plaatsen tussen de voorversterker en de eindversterker.

Om te begrijpen waarom dat nuttig is, helpt het om een versterker eenvoudig op te delen in twee delen:

gitaar → voorversterker → eindversterker → speaker

De voorversterker, of preamp, bepaalt een groot deel van de klank en kan bij veel versterkers ook distortion of overdrive produceren.

Een FX-loop zit meestal hier tussen:

gitaar → voorversterker → FX-loop → eindversterker → speaker

Dat geeft je de mogelijkheid om effecten niet vóór, maar ná de voorversterker te plaatsen.

Waarom is dat belangrijk?

Als je vooral een clean versterkergeluid gebruikt, is het verschil vaak beperkt. De voorversterker vervormt dan nauwelijks.

Maar stel dat je de distortion uit je versterker zelf gebruikt.

Zonder FX-loop krijg je bijvoorbeeld:

gitaar → delay → versterkerdistortion

De delay staat dan vóór de vervorming. Ook de herhalingen worden dus door de overstuurde voorversterker vervormd.

Met een FX-loop kun je het zo aansluiten:

gitaar → versterkerpreamp/distortion → delay → eindversterker

Nu ontstaat eerst de distortion en pas daarna de delay.

Vooral bij hogere gaininstellingen kan dat een veel duidelijker resultaat geven.

Welke effecten zet je in een FX-loop?

Een veelgebruikte verdeling is:

Voor de versterker:
tuner, compressor, wah, pitch-effecten, overdrive, distortion en fuzz.

In de FX-loop:
chorus, flanger, delay en reverb.

De volledige signaalketen kan er dan bijvoorbeeld zo uitzien:

Gitaar → tuner → wah → overdrive → versterkeringang

Vervolgens gaat het signaal vanuit de versterker:

FX Send → chorus → delay → reverb → FX Return

De preamp van de versterker bevindt zich dan tussen de overdrive en de chorus.

Hoe sluit je een FX-loop aan?

Op een versterker met FX-loop vind je meestal twee aansluitingen:

FX Send en FX Return.

De aansluiting is vervolgens:

Gitaar → pedalen voor de versterker → Input versterker

en:

FX Send → pedalen in de loop → FX Return

Je hebt hiervoor dus twee extra instrumentkabels nodig ten opzichte van een pedalboard dat volledig vóór de versterker staat.

Versterker zonder FX-loop: is dat een probleem?

Zeker niet.

Veel gitaristen gebruiken al hun pedalen gewoon vóór de versterker:

Gitaar → pedalen → versterker

Dat werkt uitstekend, vooral wanneer je versterker relatief clean staat en je de meeste overdrive en distortion uit pedalen haalt.

In dat geval ontstaat de vervorming immers vóór je delay en reverb:

gitaar → overdrive → delay → reverb → clean versterker

Dat lijkt qua volgorde sterk op wat je met een FX-loop probeert te bereiken.

De FX-loop wordt vooral interessant wanneer je veel vervorming uit de voorversterker van je versterker haalt.

Gain uit pedalen of uit de versterker maakt dus verschil

Dit onderscheid is belangrijk wanneer je een effecten chain samenstelt.

Stel dat je een versterker zonder FX-loop hebt en voornamelijk distortionpedalen gebruikt. Dan kun je probleemloos het volgende doen:

Gitaar → overdrive → distortion → chorus → delay → reverb → versterker

Staat de versterker clean, dan blijven delay en reverb meestal mooi duidelijk.

Gebruik je daarentegen veel distortion van de versterker zelf, dan staan diezelfde effecten technisch gezien vóór die distortion:

Gitaar → chorus → delay → reverb → overstuurde preamp

Met een lichte crunch kan dat prima klinken. Bij veel gain kunnen vooral delay en reverb minder gedefinieerd worden.

Een FX-loop geeft je dan meer controle.

Wat is de four cable method?

Bij uitgebreidere rigs kom je soms de term four cable method tegen.

Die methode wordt voornamelijk gebruikt bij multi-effectprocessors of systemen waarbij je zowel effecten vóór de versterker als in de FX-loop wilt plaatsen.

In grote lijnen wordt het signaal dan opgesplitst in:

Gitaar → effecten vóór de preamp → versterkerpreamp → effecten na de preamp → eindversterker

Daardoor kun je bijvoorbeeld een compressor en overdrive vóór de versterker zetten, terwijl chorus, delay en reverb achter de preamp terechtkomen.

De naam verwijst naar de vier kabelverbindingen die nodig zijn tussen gitaar, effectapparaat en versterker.

Voor een eenvoudig pedalboard met losse pedalen hoef je de term niet per se te gebruiken, maar het principe is hetzelfde.

Moet modulation altijd in de FX-loop?

Nee.

Vooral modulation-effecten kunnen zowel vóór de versterker als in de FX-loop interessant klinken.

Een chorus in de FX-loop klinkt vaak duidelijk en ruim, omdat hij ná eventuele preampdistortion komt.

Een phaser vóór een overstuurde versterker kan juist mooi in de vervorming versmelten.

Tremolo is nog een bijzonder geval. Waar je hem het prettigst vindt, hangt onder andere af van het type tremolo-effect en het geluid dat je zoekt.

Daarom is dit een goede categorie om bewust mee te experimenteren.

Een handige basisopstelling

Als je niet goed weet waar je moet beginnen, kun je deze volgorde proberen:

Gitaar

Tuner

Compressor

Wah / filter

Pitch / octaver

Overdrive / distortion / fuzz

Modulation

Delay

Reverb

Versterker

Heb je een versterker met een FX-loop en gebruik je de gain van de versterker zelf, probeer dan:

Voor de versterker:

Gitaar → tuner → compressor → wah → overdrive → versterkeringang

In de FX-loop:

FX Send → modulation → delay → reverb → FX Return

Dat is voor veel spelers een overzichtelijke basis van waaruit je verder kunt experimenteren.

De beste volgorde is uiteindelijk de volgorde die goed klinkt

Bij pedaalvolgorde worden soms regels genoemd alsof je apparatuur verkeerd aansluit wanneer je ervan afwijkt. Zo strikt is het niet.

Een delay vóór distortion kan geweldig klinken. Reverb vóór fuzz kan enorme soundscapes opleveren. Een phaser vóór overdrive kan precies het subtiele bewegende karakter geven dat je zoekt.

De gebruikelijke volgorde bestaat vooral omdat bepaalde combinaties voorspelbaar en praktisch werken.

Begin daarom met een logische basisopstelling en verplaats daarna eens één pedaal. Luister wat er verandert. Zeker met overdrive, modulation, delay en reverb kunnen kleine veranderingen in de chain verrassend veel invloed hebben.

Als je begrijpt waarom die verandering ontstaat, wordt het veel makkelijker om je pedalboard af te stemmen op jouw eigen speelstijl.

Hulp nodig met je pedalboard?

Wil je een pedalboard opbouwen of twijfel je over de beste plek voor een bepaald effect? Bij The Guitarshop denken we graag met je mee. Neem je pedalen gerust mee of vertel welke versterker en effecten je gebruikt. Dan kunnen we samen kijken naar een praktische signaalketen die past bij jouw sound en manier van spelen.

Ook interessant

Keuzehulp

Western gitaarbody kiezen: welke past bij jou?

Lees verder
Afstellen & onderhoud

Luchtvochtigheid en temperatuur: zo houd je je gitaar gezond

Lees verder
Keuzehulp

Martin Guitars: welke serie past bij jou?

Lees verder
Nieuws

Nieuw bij The Guitarshop: LAVA Music Studio

Lees verder
Keuzehulp

Waarom Suhr de ideale gitaar is voor de giggende gitarist

Lees verder
Nieuws

Nieuw bij The Guitarshop: Jet Guitars, Spira Guitars en Patina Guitars

Lees verder
Inspiratie

John Mayer’s sound: warm, bluesy en vol gevoel

Lees verder
Keuzehulp

Je eerste elektrische gitaar kiezen

Lees verder

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte gehouden worden van alle nieuws en aanbiedingen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.
The GuitarShop Apeldoorn
Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van nieuws en aanbiedingen.
WhatsApp